Fictieve casuïstiek

time-out

time-out

De simulatie kan bestaan uit een casus die jij als trainer van tevoren bedenkt. Mijn rol, gedrag  en de situatie staan dan vast.

Eigen casuïstiek

Werken met eigen casuïstiek is ook mogelijk. Dit betekent dat het doel en de relatie van de training wel vaststaan, maar de situatie en mijn gedrag in de simulatie nog niet. Dit bepaalt de deelnemer.

Combinatie casuïstiek

Soms wordt er een combinatie van beiden gemaakt. Jij hebt dan als trainer de situatie en relatie in een casus verwerkt en de deelnemer geeft aan wat voor soort gedrag mijn rol vertoont. Dit is vaak het gedrag dat de deelnemer als ‘lastig’ ervaart.

 

Als trainingsacteur ben ik opgeleid om in korte tijd door middel van een paar vragen de inhoud van de rol te achterhalen. Ik let daarbij niet alleen op motief, houding en relatie. Ik probeer ook de lichaamshouding en het stemgebruik  goed te benaderen. Het is belangrijk dat ik weet wat de deelnemer wil bereiken met de simulatie. Wanneer is de simulatie voor de deelnemer geslaagd? Daarop is mijn feedback gericht.