Soms loopt een deelnemer tijdens het ervarend leren even vast. Een klein zetje in de goede richting zou hem enorm kunnen helpen. Hoe geef je dit zetje zonder dat je teveel tijd kwijt bent aan een time-out of tips verzamelen bij de overige deelnemers? Zet de souffleur in.

Uitgangspunt

De souffleur is een hulpmiddel waarbij de trainer de deelnemer souffleert. De souffleur kan je tijdens iedere werkvorm toepassen.

Inzet

  • Bij blokkades;
  • Bij black-out momenten;
  • Als de deelnemer herhalend in valkuilen trapt.

Instructie

Ga naast de deelnemer staan of zitten. Steek je hand omhoog. Dit is het teken voor de deelnemer, de groep en de acteur dat je als souffleur fungeert. Fluister een concrete aanwijzing in het oor van de deelnemer. Vraag de deelnemer deze aanwijzing toe te passen.

Voordelen

  • Tijdwinst
  • Je helpt de deelnemer snel over de blokkade, black-out of valkuil heen.
  • De deelnemer blijft in de oefening.
  • Je acteur beloont het nieuwe gedrag. De deelnemer merkt daardoor meteen het verschil tussen voor en na jouw tip. Hierdoor wordt de succeservaring geborgd.

 Aandachtspunten

  • Blijf naast de deelnemer staan of zitten. Je steunt hiermee de deelnemer. Het geeft je ook de kans om makkelijk de deelnemer (non) verbaal te belonen of bij te sturen.
  • Geef een concrete en haalbare aanwijzing door bijvoorbeeld letterlijke tekst in te fluisteren of doe een suggestie: ‘Kijk eens wat er gebeurd als je rechtop gaat zitten, oogcontact maakt en een lagere stem gebruikt. Wil je die zin dan nog eens zeggen?’.
  • Zet de souffleur niet te vaak in. De souffleur is als zetje over de drempel of de valkuil bedoelt.
  • Geef de deelnemer de tijd om het gesouffleerde in te zetten of daarmee te experimenteren.