Ik ben dol op koken. Ik ga er helemaal in op met liefde en aandacht voor het product . Ook ontspant het me. Het leukste is om daarna andere lekkerbekken mijn creaties voor te schotelen. Laatst bakte ik een tomatenbrood voor mijn dinergasten. Ik had veel zorg aan de bereiding en de presentatie besteed. Vol verwachting sneed ik mijn meesterwerk aan. Bij de eerste hap keek iedereen bedompt. Wat bleek? In al mijn ontspannenheid was ik vergeten zout aan het deeg toe te voegen. Ik vergat een klein basisingrediënt, maar daardoor smaakte mijn brood een stuk minder lekker.

Mijn tomatenbrood doet mij denken aan een training. Een training is namelijk net een receptIedere fase (ingrediënt) draagt bij aan leren (smaak) en motiveren (presentatie). Valt er een ingrediënt weg? Dan heeft dit direct gevolgen op de effectiviteit van je training.

De basisingrediënten van iedere training

Een goede training kent minimaal de volgende basisingrediënten (fasen)*:

1: Ervaring opdoen: de deelnemer dient zich bewust te zijn van een situatie of (gemiste) kans. Het opdoen van deze ervaring is essentieel voor het begrijpen van de noodzaak van de training. Bijvoorbeeld:

  • Een belmoment van een bestaande klant kan ik omzetten naar een verkoopgesprek.
  • In mijn bus kan ik de agressie van een ander beïnvloeden.
  • Verzuimpreventie draagt bij aan een gezonde organisatie.

2: Reflectie: De deelnemer vraagt zich af: hoe doe ik (doen wij) dat? Wat is er gebeurd? Hoe heb ik daarop gereageerd en wat was het gevolg? Bijvoorbeeld:

  • Welke vragen stel ik momenteel als een klant mij belt? Welk effect heeft dat op mijn verkoop?
  • Hoe reageer ik op agressie? Wil ik vluchten, bevriezen of vechten? Wat voor effect heeft dit?
  • Hoe ga ik met mijn medewerkers om? Ben ik oprecht geïnteresseerd? Weet ik wat er speelt? Hoe beïnvloedt dit het verzuimcijfer?

3: Analyse: Is er een model of een patroon dat de deelnemer kan helpen? Bijvoorbeeld:

  • De trainer licht een theoretisch gespreksmodel over telefonische verkoop toe.
  • De trainer licht verschillende types van agressie toe, waarna de trainingsacteur met 1 zin en houding dit type neerzet voor de groep.
  • Trainer en trainingsacteur spelen een scène waarin de manager doorvraagt om de behoefte en status van een medewerker achterhalen. Samen met de groep wordt dit gesprek geanalyseerd en omgebouwd tot een model.

4: Experimenteren: het model wordt door de deelnemer in een veilige omgeving geoefend, wat leidt tot nieuwe ervaringen. Bijvoorbeeld:

  • Trainer en trainingsacteur houden een gesprek voor de groep. Hierin gaat van alles mis. De groep mag het gesprek stilzetten en de acteur sturen om de verkoop te verbeteren.
  • Trainingsacteur zoekt de grens van de chauffeurs op als boze passagier omdat de bus weer te laat is.
  • Het oefenen van een preventiegesprek tijdens de training.

Smaken verschillen, leerstijlen ook

Alle basisingrediënten zijn nodig om een training leerzaam te maken voor iedere deelnemer, maar welke smaak prefereert jouw deelnemer? Terug naar mijn diner. Waarom bakte ik een brood? Ik had namelijk ook rijst, aardappelen of pasta kunnen serveren bij deze maaltijd. Ik koos voor brood omdat ik dit meer bij de mediterrane keuken vind passen. Maar waarom een tomatenbrood? Ik had net zo goed een knoflookbrood kunnen bakken. Ik maakte deze keuze omdat ik weet dat mijn gasten niet zo van knoflook houden. Het past niet in hun smaak.

Zo is het ook met leren. Ieder mens hanteert een eigen leerstijl. In een goede training schotel je iedere gast (deelnemer) zijn smaak (leerstijl) voor. Er zijn grofweg vier leerstijlen*:
1. Dromer: observeert graag hoe anderen een probleem aanpakken en denkt eerst na voordat hij iets doet.
2. Denker: houdt van redeneren en heeft behoefte aan theoretische kaders en doelstellingen.
3. Beslisser: is praktisch en legt graag een link tussen analyseren en experimenteren. Wil graag oefenen onder begeleiding.
4. Doener: een aanpakker die graag experimenteert. Wil graag direct zelfstandig een ervaring opdoen.

Kwaliteit is een totaalbeleving

Iedere deelnemer hanteert een voorkeursstijl, toch is het van belang om alle leerstijlen te doorlopen. Pas dan wordt het leren echt effectief. Ik vergelijk leerstijlen daarom ook vaak met uit eten gaan in een restaurant. Iedere gast is anders. De ene gast heeft nu eenmaal meer voorkeur voor kwaliteit van het eten of hygiëne. De ander wil graag geëntertaind worden en let meer op gastvrijheid of ambiance. Wat als het eten fantastisch smaakt, maar de ober je totaal negeert? Precies: dan ben je ontevreden! Een goede gastheer combineert dus alle vier de leerstijlen. Dat zorgt voor een totaalbeleving. Je gast gaat met een exclusief gevoel huiswaarts en denkt: ‘daar kom ik nog eens terug!’

Jij wilt toch ook graag dat jij je deelnemers met een exclusief gevoel huiswaarts gaan? Je wilt dat ze denken: ‘dat was nuttig. Ik heb iets geleerd’, maar vooral: ‘ik ga het toepassen!’ Dat laatste is belangrijk. Want alleen als de deelnemer het geleerde ook toepast kun je spreken van een tevreden klant. Meer hierover in mijn volgende blogs.

 

* Model van leerpsycholoog en pedagoog David A. Kolb (1939, USA) 
 

Ik ben benieuwd naar het succesrecept van jouw training. Wil je een geheim ingrediënt delen? Plaats je reactie hieronder!