Tik het woord weerstand in op Google en je wordt overladen met sites die je vertellen waar weerstand vandaan komt en hoe je er mee om kunt gaan. Geen enkele site vraagt je te controleren of de weerstand die jij denkt te voelen daadwerkelijk weerstand bij de ander is.

Dit gebeurt ook in trainingen. Je staat voor de groep en voelt weerstand. Soms bij 1 deelnemer, soms bij de hele groep. Kont tegen de krib, uitstellen, afhaken, verstoren, betweterigheid, onzichtbaarheid: allemaal predicaten van gedrag die wij als trainingsprofessionals al snel vertalen naar weerstand.

Kortom: JIJ ontvangt signalen die JIJ vertaalt naar weerstand. Hoe vaak controleer jij of jouw predicaat weerstand ook daadwerkelijk weerstand is? En wat betekent weerstand eigenlijk? 

Als ik de encyclopedie en het woordenboek mag geloven is weerstand een oorlogsvoering. Enkele definities:  ‘verzet’, ‘tegenstand’, ‘protest’, ‘verdediging’, ‘afweer’, ‘aversie’ et cetera. De meeste management- en trainingssites maken het niet rooskleuriger, bijvoorbeeld Carrièretijger: ‘Weerstand komt opzetten als we vinden dat ons iets is aangedaan en we het er niet bij willen laten zitten. Weerstand is een intense, prikkelende toestand. Iemand met weerstand is emotioneel, koppig en enigszins irrationeel.’ Pffff, dat is nog al wat. Als wij trainingsprofessionals ieder signaal van weerstand zoveel lading geven, lijkt ons beroep meer op psycholoog en zijn we na een maand zelf toe aan geestelijke hulpverlening.

Daarom vind ik de blog van Jitske Kramer en Daniëlle Braun van de academie voor organisatiecultuur ook zo verfrissend: ‘Weerstand is Bullshit: je wilt gewoon iets anders’. Zij benadrukken dat weerstand eigenlijk een cadeautje is. Iemand met een andere bril op kan een frisse kijk op de zaak aanreiken. Als je daar voor open staat kan dat je eigen perspectief ook veranderen.

Ik zeg: ‘practice what you preach’. Het gevoel van weerstand is in mijn ogen een mening van een ander die onuitgesproken of ongehoord blijft. En voordat je het stempel weerstand op iemand zijn hoofd drukt, helpt het om te checken of je ook echt met weerstand te maken hebt en wat jij hiervan kunt leren. In trainingen leren we onze deelnemers om NIVEA te smeren, ANNA mee te nemen en LSD toe te passen. Zullen we zelf dan ook Niet Invullen Voor Een Ander, Altijd Navragen en Niet Aannemen en Luisteren, Samenvatten en Doorvragen voordat we de trukendoos opengooien om ‘de weerstand’ weg te nemen?